Insecten onmisbaar voor bestuiving van gewassen

De diversiteit aan insecten is van groot belang voor de bestuiving van gewassen, maar ook voor het weren van ziektes in diverse teelten. Deze boodschap had onderzoekster Willemijn Cuijpers op de tweede veldbijeenkomst van Living Lab Ooijpolder-Groesbeek.

Cuijpers gaf een voorbeeld van eigen onderzoek naar bestuiving van de blauwe bes. Zonder bestuivers was de opbrengst van blauwe bessen 1,7 ton/ha, tegenover 9,7 ton/ha onder ‘natuurlijke’ omstandigheden, waarbij een mix van gedomesticeerde en wilde bestuivers aanwezig was. Er worden bij de blauwe bessenteelt honingbijen en metselbijen naar percelen gebracht tijdens de bloei. De honingbijen dragen voor het overgrote deel bij aan de bestuiving, maar de metselbijen zorgen waarschijnlijk voor een betere zaadzetting en daarmee voor een hogere vruchtkwaliteit. In het veld werden kleine aantallen van de bosbesbij waargenomen. Die wilde zandbijensoort is gespecialiseerd in bosbessen. Het kan voor kwekers interessant zijn om de voortplanting van deze soort bij de percelen te stimuleren. Lees hier over dit onderzoek van het Louis Bolk Instituut.

Tijdens het veldbezoek aan Ooijs Moois werd door Barton Arnts de belangrijke rol van bijen en hommels getoond. Hij gebruikt honingbijen en hommels voor de bestuiving van frambozen, bramen en bessen. De dieren laten zich niet altijd sturen. Zo zag hij een massale vlucht van bijen naar het koolzaadveld van de buurman. Hij wil ook graag insecten stimuleren die luizenplagen kunnen voorkomen. Hij heeft buiten de kas een bloementuin aangelegd om insecten te lokken. Dat vormt dan een zogenaamde insectenbank, van waaruit insecten naar de geteelde gewassen kunnen migreren.

De tweede veldlocatie was een perceel met blauw maanzaad, ook wel slaapbol genoemd, met een bloemrijke akkerrand. Akkerbouwer Charles Jeuken gebruikt een bloemenmengsel met onder andere phacelia, boekweit, ossentong en korenbloem. Het trekt veel bijen aan, maar ook zweefvliegen en soldaatjes. De insecten spelen een rol bij de bestuiving van de slaapbollen, maar kunnen ook plaaginsecten zoals luizen in toom houden. Charles vraagt zich onder andere af hoe ver die gunstige invloed van die nuttige insecten het perceel in reikt. Een andere vraag is hoe die insecten zich blijvend in die bloemenrand kunnen vestigen en vermeerderen. Dat zijn boeiende vragen voor het het onderzoeksproject Living Lab.

Lees meer over het nut van biodiversiteit in de brochure ‘Biodiversiteit als basis voor het agrarisch bedrijf’. van het Louis Bolk Instituut.

 -------------------------- Een soldaatje op phacelia in een bloemrijke akkerrand ------------------------

Dit is een bericht van Via Natura - project 'Grip op Biodiversiteit'