Een kijkje in het nachtelijk insectenleven op het boerenland

Nacht-actieve insecten dragen sterk bij aan bestuiving van bloemen in het agrarisch landschap. Jelle Wissink onderzocht die onbekende diergroep in Ooijpolder en Duffelt.

Elke keer als hij de emmers leegde was Jelle weer vol verwachting. Welke nachtvlinders zou hij nu weer in de val vinden? Waar hij in het verleden wel eens moeite had met vroeg opstaan, had hij daar tijdens dit onderzoek totaal geen last van. Om vier uur ging de wekker en voordat de eerste zonnestralen op de emmers schenen, moesten alle nachtvlinders in de emmers geïdentificeerd zijn. En dat waren er tientallen en soms wel meer dan honderd. Het doel van het onderzoek was om de verspreiding en de soortenrijkdom in kaart te brengen. De vraag was ook of er verschillen zijn tussen de Ooijpolder en de Duffelt en of er een relatie is met de aanwezigheid van landschapselementen.

LED-emmers (Foto: Jelle Wissink)

Voor het onderzoek maakte Jelle gebruik van zogenaamde LED-emmers. Dat zijn speciaal ontworpen emmers om nachtvlinders op een gestandaardiseerde manier te monitoren. Ze hebben een deksel met een trechter, waarin een buisje met ledlampjes is gestoken. De lampjes gaan aan als het donker wordt. De vlinders worden aangetrokken door het licht. Ze dalen af in de trechter en zoeken dan een rustplaats op of onder eierdozen, die in de emmer zijn geplaatst. Jelle maakte de emmers vóór zonsopkomst open. Na het tellen en identificeren liet hij de nachtvlinders ter plekke levend weer los. Het onderzoek vond plaats op zes agrarische bedrijven, drie in de Ooijpolder en drie in de Duffelt. Op elk bedrijf werden drie emmers geplaatst, verdeeld over het erf, het open veld en langs een haag.

In totaal trof Jelle 131 soorten nachtvlinders in de emmers aan. De Ooijpolder kwamen iets meer soorten (101) voor dan de Duffelt (90) en in totaal ook iets meer individuen (962 om 925). De verschillen in soortenrijkdom en aantallen zijn echter klein, zowel tussen de twee deelgebieden als tussen de afzonderlijke bedrijven. Er werden ook zeldzame soorten gevangen en die waren over alle locaties verspreid. De Huismoeder werd het vaakst gezien, in 45 van de in totaal 72 geplaatste emmers. De rest van de top tien aan soorten bestond uit de Blauwooggrasmot, Zwarte c-uil, Brandnetelbladroller, Gewone grasuil, Vierkantvlekuil, Bleke grasuil, Oranje wortelboorder, Bleke grasmot en de Zuidelijke stofuil. Het zijn soorten die geen speciale voorkeur hebben voor een bepaald habitat en/of waardplant. Ze zijn weinig kritisch en kunnen daardoor wijd verspreid voorkomen. Een opmerkelijk resultaat was wel dat er gemiddeld de meeste soorten (13,7) en individuen (36,5) per emmer werden aangetroffen op monsterpunten bij hagen. In het open veld werden gemiddeld de minste soorten (8,0) en individuen (21,7) aangetroffen.

Zwarte c-uil in een eierdoos (Foto: Jelle Wissink)

Het onderzoek van Jelle draagt bij aan een beter inzicht in de rol van nachtvlinders. Wetenschappers hebben het vermoeden dat deze soortgroep veel bijdraagt aan het bestuiven van gewassen op agrarische percelen. Daar is tot nu toe weinig onderzoek naar gedaan. Bij een recent onderzoek werd gemeten dat het insectenbezoek van bloeiende rode klaver op een agrarisch perceel voor 34% bestond uit nachtelijke bezoeken van nachtvlinders. Camera’s legden gedurende de hele dag, dus dag en nacht, de beweging van bezoekende insecten vast. De onderzoekers vermoeden dat de nachtelijke bestuivers tot nu toe systematisch over het hoofd zijn gezien. Het onderzoek is gepubliceerd in Biological Letters: (Alison J, Alexander JM, Diaz Zeugin N, Dupont YL, Iseli E, Mann HMR, Høye TT. 2022 Moths complement bumblebee pollination of red clover: a case for day-andnight insect surveillance. Biol. Lett. 18: 20220187.)

 

Dit is een bericht van Arno van der Kruis voor Living Lab Ooijpolder – Groesbeek

Kijk voor meer informatie over Living Lab op de website van de Radboud Universiteit.

Foto bij introtekst: Jelle Wissink tussen de koeien (Foto: Jelle Wissink)

LED-emmer langs een haag (Foto: Jelle Wissink)

Nieuwsbrief Biodiversiteit